Guitar Boogie

‘Laten we naar de muziek luisteren waar iedereen van houdt. Je mag stampen, je mag dansen, doen wat je wilt,’roept Jeffrey. Tromgeroffel klinkt. ‘Guitar Boogie.’ Enthousiast klappen de toehoorders mee op de melodie van de swingende muziek. Na het slotakkoord klinkt oorverdovend applaus in de aula van het crematorium. Zoons Jules en Jeffrey spelen dit nummer speciaal op de gitaar voor hun overleden moeder Vera. Raymond en Roy klappen mee. Haar lievelingsmuziek was rock and roll. Ode aan Vera.

Het programma voor de uitvaart ligt al klaar als ik arriveer om de uitvaart te bespreken. De flat is gevuld met de kinderen en kleinkinderen. Voordat ik de kamer binnenkom, hoor ik roepen dat vooral moet gebeuren wat zij wensen. Met een serieus gezicht laat kleinzoon Rico zien wat ze hebben bedacht voor de uitvaart. Ik zie hoe zorgvuldig hij het van minuut tot minuut heeft samengesteld. Hij zorgt voor beeldmateriaal en muziek die deels live wordt verzorgd. Een eigen cameraman neemt de uitvaart op.

Uit alle handelingen blijkt de liefde voor haar. Kleindochters Gina en Danyelle hebben verzorgd en aangekleed. ’Paars is haar lievelingskleur’, vertelt Raymond glimlachend. Zorgvuldig opgemaakt verblijft ze tot de dag van de uitvaart in de afscheidskamer. Paarse bloemen en een heerlijke subtiele parfumlucht omringen haar. De avond voor het afscheid heeft iedereen eten meegenomen om voor de laatste keer samen de maaltijd te delen rondom Vera.

De jongsten eren hun omi door de kaarsen aan te steken. Als laatste vormen de in totaal 27 kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een kring rondom Vera. Hand in hand, allen in het wit. Live wordt gezongen: ‘You raise me up.’

Wonderbaarlijk

‘Maar vertel eens, in welk dorp bent u dan precies geboren.’ Mevrouw V. stelt de vraag voor de derde keer en zit op het puntje van haar stoel. Haar heldere blik, vriendelijk, maar dwingend op mij gericht. Ik realiseer me dat ik mezelf in het nauw heb gedreven. Dit gesprek hoort over haar te gaan, niet over mij.

Reden van mijn bezoek is een voorbespreking over haar toekomstige uitvaart. Een kennis heeft mij bij haar aanbevolen. Ze is weduwe en ver in de tachtig. Als een chique vrouw komt ze over met haar geruite rok en glanzende blouse van goede kwaliteit. Een vest houdt haar warm. Tot in de puntjes is ze verzorgd. Het grijze haar opgestoken in een elegant knoetje achter op haar hoofd. Gezicht subtiel gepoederd. Vulpen en papier in de aanslag. Ook ik pak mijn schrijfwaren. We nemen plaats in de zithoek van haar ruime appartement in de omgeving van Haarlem.

Ze overhandigt me de rouwbrief van haar echtgenoot. Mijn oog valt op zijn geboorteplaats: de stad Groningen. Daar komt ook mijn moeder vandaan. Zij is net een paar weken geleden overleden. Even aarzel ik. Dan benoem ik hoe toevallig het is dat zowel haar man als mijn moeder in het hoge noorden het eerste levenslicht hebben gezien.

Een tinteling verschijnt in haar ogen. ‘Waar komt u dan vandaan?’ ‘Ach uit een heel klein gehucht in Friesland. Ergens tussen Groningen en Leeuwarden’. In gedachten verzonken pak ik het boek met voorbeelden van rouwbrieven uit mijn tas. ‘Aha, maar hoe heet dat dorpje?’ ‘U kent het niet. Het is zo ieniemienie. Er wonen hooguit 1000 mensen’. En dan, ze blijft maar aandringen: ‘Uit Twijzel. Maar echt, van dat oord heeft niemand ooit gehoord.’

En of ze het kent. ‘Daar ben ik ook geboren!’ Als haar gezondheid het had toegelaten, was ze van puur enthousiasme opgesprongen uit haar fauteuil en me om de hals gevlogen. Nu recht ze haar rug. Aangenaam getroffen leg ik mijn spulletjes opzij. Ga er extra goed voor zitten. Ze vervolgt: ‘Mijn vader was huisarts en wilde de mensen in de armste streek van Nederland helpen. Daarom heeft hij in dat gebied de eerste praktijk opgericht.’ Ik kijk haar aan en slik. Dit kan niet waar zijn. Herstellende van haar informatie is het mijn beurt om door te vragen: ‘Was uw geboorte toevallig in de dokterswoning?  ‘Jazeker’. Ik pak haar hand. Moet mezelf inhouden deze innemende dame een knuffel te geven.

twijzel [640x480]

‘Dan delen u en ik eveneens hetzelfde wiegje.’

Vele jaren na de eerste praktijkvoering in Twijzel heeft mijn vader zich daar in 1956 gevestigd als huisarts. Ook hij vond dat een gemeente met veel armoede goede zorg verdient. Behalve ik zijn mijn broer en zus er geboren. Hij heeft ons zelf ter wereld geholpen, zoals de vader van mevrouw V. haar bijna 90 jaar eerder.

In hetzelfde dorp, dezelfde woning, dezelfde slaapkamer.

 

Knekelhuisje

‘Cremeren’, roepen onze vrienden Carol en Peter enthousiast als ik hun vraag wat zij voor uitvaart willen. Zij wonen in mijn lievelingsdorp in Griekenland. ‘Helaas moeten we daarvoor naar Bulgarije’. Hun lichamen zullen overgebracht moeten worden naar Sofia. Net als die van vier tot vijf procent van andere Grieken die voor deze methode kiezen. Daar doet het crematorium goede zaken met de Griekse doden: nabestaanden betalen het dubbele tarief.

Tijdens mijn dagelijkse ochtendwandeling in het dorp lees ik diverse aanplakbiljetten. Te miknekelkistjedden van vrolijk regenboog gekleurde uitnodigingen voor Griekse dansavonden en dagtochten voor het proeven van de specifieke smaak van de streek valt mijn oog plotseling op een wit formulier. A 4 formaat, zwart-gouden rand. Dik zwart kruis boven de tekst: ‘Overleden: Heleni, 59 jaar. Morgen om 13.00 uur is de begrafenis.’ Dat is binnen 24 uur na haar overlijden.

Tot die tijd is ze thuis opgebaard. Drie dagen na de begrafenis komt haar familie bij elkaar bij het graf en eten ze witte dodentaart. Gemaakt van noten en granen gekookt met suiker. Dit ritueel herhaalt zich na negen dagen, maar dan zijn ook kennissen en vrienden welkom. Een periode van 40 dagen van rouw volgt. Een grote rol voor de rituelen is weggelegd voor de papas, de Griekse priester. Voor hem is dit een goudmijntje.

Vanaf 2010 mag in Giekenland worden gecremeerd. Toestemming heeft zo lang op zich laten wachten door de invloed van de Grieks orthodoxe kerk. Dat heeft nu eindelijk zover is, hangt samen met het chronisch plaatsgebrek op de begraafplaatsen in de grote steden als Athene en Thessaloniki. Ook de afnemende invloed van de kerk speelt mee. Toch is de lobby tegen cremeren zo stevig dat Griekenland nog steeds geen crematorium heeft.

Het lichaam van Heleni wordt na ongeveer vijf jaar opgegraven en schoongemaakt met borsteltjes en wijn. Familie is hierbij aanwezig. Vijf botten (2 arm-botten, 2 been-botten en de schedel) worden met borstels schoongemaakt, verzameld in een kistje en bijgezet in het knekelhuisje. Dit gebouwtje bevindt zich in een afgelegen hoek op de begraafplaats. Een foto van Heleni vormt het sluitstuk van de inhoud.

Gelukkig is Heleni op het platteland begraven. Op de dodenakkers in grote steden als Athene is de grafdelver veel slordiger met lichamen. Hoe lang de botjes netjes in het knekelhuis blijven is de vraag: er is een chronisch plaatsgebrek op de Griekse begraafplaatsen.

‘In drukke periodes liggen daar soms bergen met afgekloven mensenbotten. De zwerfkatten en -honden eten er hun buiken vol’, zegt een van de nabestaanden. ‘Echt traumatiserend’.

 

Van wie is dit lichaam

Achter het spreekgestoelte op haar goudgroene pumps, in haar korte felgroene jurkje kijkt Linda rustig het publiek in. Haar blik glijdt af naar de motor links van haar. Een BMW. Deze bevindt zich op de plek waar de kist van haar vriend Dave had moeten staan.

In haar armen is Dave een week eerder overleden op 51-jarige leeftijd. Hartstilstand in het water. Twee jaar hebben ze een intieme relatie. Super gelukkig waren ze.

Dave heeft sinds twee jaar gebroken met zijn moeder en twee broers. Die ochtend heeft Linda hen voor het eerst ontmoet in het mortuarium van het ziekenhuis. Het dode lichaam tussen hen in.

We spreken elkaar op kantoor. Aanwezig is ook Peter, de broer van Dave. Zijn moeder wordt waarschijnlijk de opdrachtgever van de uitvaart.

Hij arriveert als eerste. ‘Ik vertegenwoordig mijn moeder en broer’, stottert hij. ‘Het lijkt ons logisch dat Linda als zijn partner de uitvaart organiseert.’

white cafe racer motorcycle parked next to an iron gate

Als zijn moeder belt tijdens de bespreking, vraag hij haar of het goed is dat de crematie in besloten kring plaatsvindt. Linda, moeder, twee broers en twee halfzussen vormen die cirkel. Bij een volgend telefoontje overleggen ze dat ook alle andere mensen die Dave liefhadden, afscheid nemen op een eerder moment. In de avond krijg ik de vraag of de uitvaart een dag later kan plaatsvinden.

De volgende dag, de zon kiert net door de gordijnen, belt Peter. ‘Ik heb geen ondertekend formulier gezien. Zo werkt het niet.’ Ik schrik van zijn agressieve toon.

‘Jullie hebben zelf voorgesteld Linda als opdrachtgever aan te wijzen’, zeg ik haperend, ‘dus jullie hoeven niets te ondertekenen’.  Hij valt me in de rede. ‘Mijn moeder wil de uitvaart alleen met mij en mijn broer’, meldt hij arrogant. Zijn moeder komt zelf aan de telefoon en eist een besloten afscheid waarbij alleen zij en haar zoons aanwezig zijn. Ze blaast de uitvaart af. Linda komt in het verhaal niet meer voor.

Als niet geregistreerd partner heeft zij het nakijken. Is een levenloos lichaam nodig voor een passend afscheid, vraag ik Essy. Samen organiseren wij een bijeenkomst die bij Dave past. Hij was een avonturier.

In een amicale sfeer, zittend aan tafeltjes, staand aan de bar, kijkend naar foto’s en luisterend naar muziek nemen 300 mensen afscheid in de schuur van een boerderij. Ondertussen wordt er goed gegeten en gedronken. De motor op het podium. Zijn aanwezigheid is voelbaar. Te midden van zijn vrienden verlaat hij in vrijheid deze aarde.

Zijn familie houdt hem tot het laatst gekist.

 

Thuis opbaren

Afscheid
bed

‘Ik blijf niet thuis na mijn dood’. Ze ligt in het hospice en snakt naar adem. Longkanker. Mijn moeder is er stellig van overtuigd dat thuisblijven na haar overlijden zinloos is. ‘Wat heb je aan een lichaam zonder ziel. Na mijn overlijden ben ik er toch niet meer.’

Ik kijk haar aan. ‘Mam, maar ík ben er ook nog en ik vind het fijn jou in je eigen bed te kunnen verzorgen en naar jou toe te komen op momenten die ik zelf kan bepalen.’ Ik griezel bij het idee eerst zo’n stom uitvaartcentrum te moeten bellen. ‘Trouwens, je hebt nooit willen verhuizen, waarom dan nu opeens wel?’, zeg ik nukkig.

Bij de gedachte aan een seniorenflat heeft zij altijd gegruweld. ‘Kind, dáár wonen, ik moet er niet aan denken. Leuke mensen hoor, maar laat mij maar lekker rommelen in mijn eigen huis.’

Ik glimlach bij de herinnering aan hoe ze rondscharrelt in haar tuin. Het mandje van de rollator gevuld met flessen water. Hiermee begiet ze haar plantjes. Of hoe ze in de winter appels in de magnetron opwarmt voordat ze ze aan de vogels voert.

Uiteindelijk is ze overtuigd. ‘Gezellig, breng mij dan maar naar huis. Op één voorwaarde. Dat ik pas op het allerlaatste moment de kist inga’.

Stichting ‘Mijn Laatste Wens’ maakt een bezoek mogelijk aan haar woning. Een week voor haar overlijden rijdt mijn moeder met de ambulance onder begeleiding van twee verpleegkundigen naar haar eigen stekje. Mijn zus en ik vergezellen haar. Het ontvangstcomité bestaat uit mijn twee broers en de buren. Haar geliefde tuin, de keuken, de woonkamer. Op de brancard ziet ze alle bekende plekjes voor de laatste keer aan zich voorbijtrekken. Bij de boekenkast geeft ze aan te willen stoppen. Haar hand strekt zich uit naar een willekeurig exemplaar. Ze kan er niet meer bij en kijkt me aan. ‘Kind, als ik zelf geen boek meer uit mijn eigen kast kan nemen, dan is het einde echt in zicht.’ Niemand houdt het droog.

Samen met mijn zus verzorg ik haar. Ik schrik als ik zie hoe mager ze is geworden. Zonder hulp van de uitvaartmeneer trekken wij haar lievelingsblouse aan. Die valt ruim over de ooit zo volle borsten. Voorzichtig keren wij haar lichaam en halen de blouse strak naar achteren. Het bed en haar lichaam verdwijnen voor de helft onder een donkerrode sprei. Haar glitterblouse blijft zichtbaar. Mijn moeder is een kraai. Alles wat schittert, vindt ze mooi.

Ik pak een stoel en ga naast haar zitten. Met een voldaan gevoel spuit ik de geur van rozen op het hoofdkussen en steek een kaarsje aan. Samen genieten we van de stilte.

Deze periode herinner ik me als een van de mooiste momenten die ik met haar deel.

 

 

Freelance Uitvaartbegeleiding

Ruim 16 jaar werk ik met toewijding als uitvaartbegeleider. De laatste 11 jaar ben ik werkzaam geweest bij een gerenommeerd middelgroot bedrijf in Haarlem e.o. Dit bedrijf behoort tot de uitvaartvernieuwers in Nederland, omdat zij de wens van de nabestaande centraal stelt.

Met alle soorten uitvaarten ben ik bekend. 

Nabestaanden voelen zich serieus genomen door mijn creatieve, persoonlijke en duidelijke manier van werken. Hierdoor ervaren zij beter wat zij willen.

blad

Mijn collega’s kennen mij als hardwerkend, collegiaal, deskundig, consciëntieus en betrokken. Naast ruime ervaring als uitvaartbegeleider ben ik ook bekend met het geven intervisie en coaching.

Voor uitvaartwerkzaamheden ben ik beschikbaar in de regio Haarlem e.o. en de provincies Groningen en Drenthe.

Voor deskundigheidsbevordering kunt u ook in de overige regio’s in Nederland een beroep op mij doen.